Na bijna 2 jaar afwezigheid door blessures deed ik afgelopen weekend weer mee aan de hypomeeting in Gotzis. Deze internationale meerkamp wordt gezien als het mini-WK van de meerkamp. Deze ‘titel’ heeft het te danken aan het sterke deelnemersveld dat ieder jaar weer aan de start staat.
Ook dit jaar was het deelnemersveld ongekend sterk. Er stonden 24 atleten aan de start. Van de top 12 van de wereld ranglijst van 2006 stonden 11 atleten op de startlijst in Gotzis, aangevuld met nog 13 talentvolle meerkampsters. Uiteindelijk scoorden 15 vrouwen over de magische 6000 punten grens.
In de aanloop naar de meerkamp liep ik een fikse verkoudheid op, die me tijdens de wedstrijd ook flink tegenwerkte.
Het weer op de eerste dag begon goed met 28 graden. Helaas stond de wind iets tegen. Ik startte goed met een seizoensbeste prestatie op de horden: 13.66s. Tijdens het hoogspringen begon the ‘föhn’ op te steken. De wind begon zo hard te blazen dat de organisatie tenten en borden afbraken omdat het gevaar opleverde. Onder deze moeilijke omstandigheden was het lastig een goede hoogspringprestatie neer te zetten. Uiteindelijk sprong ik 1.70 en hield de schade enigszins beperkt, maar bleef wel achter op mijn PR (1.77).
Intussen was ook duidelijk geworden dat de verkoudheid zijn sporen flink had achter gelaten. Ik voelde me verre van top.
Kogel ging goed met een PR van 15.28m en een 3e plaats. Ik ging met een dubbel gevoel weg. Een PR is altijd mooi, maar ik had toch op meer gerekend. Het is wachten op de ultieme stoot.
Daarna was de 200m aan de beurt. Intussen was de wind nog harder gaan blazen. De windmeter op het rechte eind gaf regelmatig -2.5 m/s aan, maar dit deel lag in de luwte van de tribune. In de bocht werd door alle atleten een veel zwaardere tegenwind gevoeld en dit was ook duidelijk te zien aan de vlaggen langs de baan, die helemaal strak werden getrokken door de wind. De tijden op de 200m vielen dan ook flink tegen, ook bij mij. 24.85s, was een matige afsluiting van de eerste dag. Na de eerste dag ston ik 8e in het tussen klassement met 3663 punten.
De volgende dag stond ik op met een erg moe lichaam. De eerste dag had, in combinatie met de zware verkoudheid, behoorlijk zijn tol geëist. Voor het verspringen ben ik dan ook naar de dokter geweest om te vragen of het verantwoordelijk was om door te gaan. Vanwege de afwezigheid van koorts, moest ik zelf beslissen of ik door zou gaan of niet. Aangezien ik niet zomaar de handdoek in de ring wilde gooien, ben ik me gaan voor bereiden op het eerste onderdeel van de tweede dag: het verspringen.
Ook bij het verspringen was de wind spelbreker. De wind verschilde van 2.2 m/s mee tot 2.3 m/s tegen. Vele ongeldige pogingen volgden. Ik begon met 2 ongeldige pogingen, maar sprong uiteindelijk mijn tweede beste sprong ooit: 5.98m.
Ook het speerwerpen ging redelijk met 48.37m en opnieuw een 3e plaats. Ook hier zorgde de lastige zijwind dat menig speer buiten de sector werd geduwd.
De 800m was (en is nog steeds wel) een lastig onderdeel voor mij, maar ik heb me in 2005 flink verbeterd. Ook dit jaar gingen de trainingen steeds beter. Helaas gooide de ziekte en de enorm sterke serie me naar de achterhoede van het veld (er werd geopend in een rondje van 61 seconden, waar ik in 68 opende). Het lichaam blokkeerde, maar ik wist er toch nog 2.27.40 uit te persen. Een behoorlijke tegenvaller, maar het allerbelangrijkste was dat de limiet voor Osaka gehaald was.
Met 6061 punten ging ik voor de 3e keer in mijn carrière over de magische 6000 puntengrens en heb ik voor het eerst sinds bijna 2 jaar weer een meerkamp afgemaakt.
De limiet voor de Olympische Spelen is 6159p. Met deze come-back ligt ook deze nominatie binnen bereik. Op naar de volgende meerkamp.
Ook dit jaar was het deelnemersveld ongekend sterk. Er stonden 24 atleten aan de start. Van de top 12 van de wereld ranglijst van 2006 stonden 11 atleten op de startlijst in Gotzis, aangevuld met nog 13 talentvolle meerkampsters. Uiteindelijk scoorden 15 vrouwen over de magische 6000 punten grens.
In de aanloop naar de meerkamp liep ik een fikse verkoudheid op, die me tijdens de wedstrijd ook flink tegenwerkte.
Het weer op de eerste dag begon goed met 28 graden. Helaas stond de wind iets tegen. Ik startte goed met een seizoensbeste prestatie op de horden: 13.66s. Tijdens het hoogspringen begon the ‘föhn’ op te steken. De wind begon zo hard te blazen dat de organisatie tenten en borden afbraken omdat het gevaar opleverde. Onder deze moeilijke omstandigheden was het lastig een goede hoogspringprestatie neer te zetten. Uiteindelijk sprong ik 1.70 en hield de schade enigszins beperkt, maar bleef wel achter op mijn PR (1.77).
Intussen was ook duidelijk geworden dat de verkoudheid zijn sporen flink had achter gelaten. Ik voelde me verre van top.
Kogel ging goed met een PR van 15.28m en een 3e plaats. Ik ging met een dubbel gevoel weg. Een PR is altijd mooi, maar ik had toch op meer gerekend. Het is wachten op de ultieme stoot.
Daarna was de 200m aan de beurt. Intussen was de wind nog harder gaan blazen. De windmeter op het rechte eind gaf regelmatig -2.5 m/s aan, maar dit deel lag in de luwte van de tribune. In de bocht werd door alle atleten een veel zwaardere tegenwind gevoeld en dit was ook duidelijk te zien aan de vlaggen langs de baan, die helemaal strak werden getrokken door de wind. De tijden op de 200m vielen dan ook flink tegen, ook bij mij. 24.85s, was een matige afsluiting van de eerste dag. Na de eerste dag ston ik 8e in het tussen klassement met 3663 punten.
De volgende dag stond ik op met een erg moe lichaam. De eerste dag had, in combinatie met de zware verkoudheid, behoorlijk zijn tol geëist. Voor het verspringen ben ik dan ook naar de dokter geweest om te vragen of het verantwoordelijk was om door te gaan. Vanwege de afwezigheid van koorts, moest ik zelf beslissen of ik door zou gaan of niet. Aangezien ik niet zomaar de handdoek in de ring wilde gooien, ben ik me gaan voor bereiden op het eerste onderdeel van de tweede dag: het verspringen.
Ook bij het verspringen was de wind spelbreker. De wind verschilde van 2.2 m/s mee tot 2.3 m/s tegen. Vele ongeldige pogingen volgden. Ik begon met 2 ongeldige pogingen, maar sprong uiteindelijk mijn tweede beste sprong ooit: 5.98m.
Ook het speerwerpen ging redelijk met 48.37m en opnieuw een 3e plaats. Ook hier zorgde de lastige zijwind dat menig speer buiten de sector werd geduwd.
De 800m was (en is nog steeds wel) een lastig onderdeel voor mij, maar ik heb me in 2005 flink verbeterd. Ook dit jaar gingen de trainingen steeds beter. Helaas gooide de ziekte en de enorm sterke serie me naar de achterhoede van het veld (er werd geopend in een rondje van 61 seconden, waar ik in 68 opende). Het lichaam blokkeerde, maar ik wist er toch nog 2.27.40 uit te persen. Een behoorlijke tegenvaller, maar het allerbelangrijkste was dat de limiet voor Osaka gehaald was.
Met 6061 punten ging ik voor de 3e keer in mijn carrière over de magische 6000 puntengrens en heb ik voor het eerst sinds bijna 2 jaar weer een meerkamp afgemaakt.
De limiet voor de Olympische Spelen is 6159p. Met deze come-back ligt ook deze nominatie binnen bereik. Op naar de volgende meerkamp.
